Filmdocenten Masja en René namen de filmers van de Kamper Minikronieken zaterdag mee op reis. Waarheen? "De diepte in", vatte Masja samen. "We leren wie de mens is achter het verhaal." Dit klinkt zo lekker makkelijk, maar dit is het helemaal niet. "Ik moet overal op letten: op mijn vragen, op de verteller en dan moet ik ook nog doorvragen op het goede moment", zei een verhitte Jannelien tijdens het oefenen. "En dan ook nog eens allemaal tegelijk."
DSC03987Hoe pak je dit aan? De afgelopen week hebben de filmers hun vertellers een beetje leren kennen. Gewoon een praatje maken zonder camera. Aan het begin van de les vertelden ze over hun ervaringen tijdens deze 'voorgesprekken'. Zo heten deze gesprekken in de filmwereld.

"We waren het er allebei over eens dat we een goede mix zijn", vertelde filmer Jesper over zijn verteller Michel. Wim had gesproken met Milco uit Brunnepe, de melkbusschieter die samen met buurtgenoten de Proat Tente heeft opgezet tussen Kerst en Nieuwjaar. "Fijn gesprek", vond Wim, zelf opgegroeid in de Oranjewijk, nu wonend in de Hanzewijk. "Echte volksjongen. Geen poespas, geen poeha."

Nieuwe dingen gehoord

Ensar had met zijn oom Ersoy gesproken. Over opgroeien in de oude Hanzewijk en hoe het nu is in de nieuwe Hanzewijk. Maar ook over zijn geboorteland Turkije en over zijn leven. "Ik heb nieuwe dingen gehoord." Vertellers bleken grote wendingen in hun leven hebben gehad. Michel overwon zijn drugsverslaving en mediteert nu veel. Wouke en Mariska konden uit de bijstand, want ze werden postbode en acteur bij LOTUS.

Wat je van je verteller te weten bent gekomen, zet je op een tijdlijn. Dan zet je vragen op papier. Hoe verschillend de onderwerpen ook zijn, met je vragen kom je eigenlijk altijd uit op: wanneer?; waar?; wat?; hoe?; waarom?; wie? En dan de allermooiste vraag: waartoe? "Hoe ziet volgens jou de ideale wereld eruit?" "Hoe wil jij later herinnerd worden?" "Wat is eigenlijk jouw levensmotto?" Zelfs Jan, die het eerst nog wat onzin vond dat amateurs als hij gaan filmen, draaide om als een blad aan de boom bij deze vraag. Zijn motto? "Ik zie wel waar het schip strandt."

Op pad

De komende weken gaan de filmers met de camera op pad om hun verteller te interviewen. Dit is nog een hele klus, voorspelde filmdocent Masja. "Het filmpje mag niet langer dan 45 minuten worden", waarschuwde ze. Collega René legde uit waarom: "Je moet er later met de botte bijl doorheen. Weggooien. Een goed verhaal hoeft niet lang te zijn. Een duidelijk verhaal kan kort zijn. Kill your darlings."
DSC04023Op 13 januari is de volgende les. Dan leren de filmers hoe je moet filmen op locatie. Je hebt dan je interview, maar je hebt beelden nodig om het echte verhaal te vertellen. Wie tien minuten moet kijken naar een pratend hoofd haakt immers af. Dus moet je praten met plaatjes. Of zoals Masja het vertelde: "Beelden brengen het meest over. Je moet het dus laten zien. Show them, don't tell them."